In de voormiddag vaar ik naar het vasteland om de bergen in te trekken. Het licht is er zoals ik het me uit mijn jeugd herinner: blauw, ijl scherp, warm en fris tegelijk. Ik probeer verschillende schilderijen uit, en als in de namiddag de hemel dichttrekt keer ik onverrichter zake terug naar het eiland. Ik wandel ‘s avonds naar de plaats waar ik de dag ervoor een tijdlang heb staan kijken naar dit beeld. Met de kerk en een grote boom in mijn rug kijk ik in de richting van het meer. Tijdens het schilderen zie ik … in mijn ooghoek voorbij lopen. Ik bedenk dat dit beeld sterk gelijkt op de Molenvijvers thuis.

Enkele dagen eerder sta ik voor dag en dauw op om de toeristen voor te zijn, en maak ik tijdens een wandeling mijn eerste schilderij op het eiland. Terwijl ik daarmee bezig ben blijft een helikopter, waarnaar ik mijn middelvinger uitsteek, boven mij hangen.