Korte uitleg: Bij het bloemetje heb ik de drager naast de feitelijke bloem op de grond gelegd en het stuk werkelijkheid ter grootte van de drager in verf getransponeerd op deze drager. Hetzelfde met de appels. Dit is eveneens een stuk grond, ter grootte van het schilderij, dat naast de drager lag. De hand is mijn hand, en op die manier uiterst direct, dat wat het meest voorhanden is, nog meer dan een zelf-portret, waar nog altijd een spiegel voor nodig is. De laatste tijd interesseert me de spanning tussen directheid (zijn bij iets, aanwezigheid) enerzijds, en afstand (kijken naar iets, afwezigheid) anderzijds.